omlijnen
werkwoord ɔmˈlɛinə(n)Betekenis
- omgeven met lijnen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je omlijnen uit?
/ɔmˈlɛinən/
Omlijnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omlijnen
omlijnenhele werkwoord — omlijndeverleden tijd enkelvoud — omlijndenverleden tijd meervoud — omlijndvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | omlijn | omlijnde |
| jij | omlijnt | omlijnde |
| hij, zij, het | omlijnt | omlijnde |
| wij | omlijnen | omlijnden |
| jullie | omlijnen | omlijnden |
| zij | omlijnen | omlijnden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omlijnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omlijnd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omlijnd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omlijnd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omlijnd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omlijnd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omlijnd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omlijnd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omlijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omlijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omlijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omlijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omlijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omlijn | gebiedende wijs |
| omlijnd | verleden tijd, deelwoord |
| omlijnd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omlijnd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omlijnd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omlijnd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omlijnd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omlijnd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omlijnd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omlijnd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omlijnd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omlijnd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omlijnde | verleden tijd |
| omlijne | aanvoegende wijs |
| omlijnend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omlijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te omlijnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omlijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omlijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omlijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omlijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omlijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omlijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omlijnd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omlijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt omlijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omlijnd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omlijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult omlijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omlijnd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omlijnd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omlijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en lijnen
Woordfamilie van omlijnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omlijn | gebiedende wijs | omlijnen |
| omlijnd | voltooid deelwoord | omlijnen |
| omlijnde | verleden tijd | omlijnen |
| omlijnden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omlijnen |
| omlijne | aanvoegende wijs | omlijnen |
| omlijnend | onvoltooid deelwoord | omlijnen |
| omlijnende | woordvorm | omlijnen |
| omlijnt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omlijnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omlijnen zijn vastgelegd.