Naar de inhoud

beschijnen

het laten vallen van lichtstralen op iets

beschijnen

werkwoord bəˈsxɛinə(n)

Betekenis

  1. het laten vallen van lichtstralen op iets

Hoe spreek je beschijnen uit?

/bəˈsxɛinən/

Beschijnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈsxɛinən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
x acht
ɛi trein
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met lichtstralen raken transitive

Vervoeging van beschijnen

beschijnenhele werkwoord — bescheenverleden tijd enkelvoud — beschenenverleden tijd meervoud — beschenenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beschijn bescheen
jij beschijnt bescheen
hij, zij, het beschijnt bescheen
wij beschijnen beschenen
jullie beschijnen beschenen
zij beschijnen beschenen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bescheen verleden tijd
beschenen verleden tijd, deelwoord
beschenen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschenen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschenen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschenen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschenen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschenen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschenen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschenen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschenen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschenen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschijn gebiedende wijs
beschijne aanvoegende wijs
beschijnend onvoltooid, deelwoord
er is beschenen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beschenen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beschenen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beschenen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beschenen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beschenen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beschenen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beschenen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschenen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beschijnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beschenen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beschijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beschenen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beschenen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschenen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschenen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschenen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van schijnen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beschijnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bescheen verleden tijd beschijnen
beschenen voltooid deelwoord beschijnen
beschijn gebiedende wijs beschijnen
beschijne aanvoegende wijs beschijnen
beschijnend onvoltooid deelwoord beschijnen
beschijnende woordvorm beschijnen
beschijnt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beschijnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschijnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beschijnen

Hoe spreek ik beschijnen uit?
Zo spreek je beschijnen uit: /bəˈsxɛinə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van beschijnen?
Beschijnen is een werkwoord. De betekenis is: het laten vallen van lichtstralen op iets. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beschijnen?
Zo vervoeg je beschijnen zo: de tegenwoordige tijd is beschijn, de verleden tijd is bescheen en het voltooid deelwoord is beschenen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op beschijnen?

In dit woordenboek rijmen 57 woorden op -ijnen op beschijnen, zoals zwijnen, verdwijnen en dodijnen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op beschijnen, uitspraak bəˈsxɛinən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zwijnen 2
verdwijnen 3
dodijnen 3
schijnen 2
verschijnen 3
medicijnen 4
seinen 2
robijnen 3
lijnen 2
omlijnen 3
romeinen 3
filistijnen 4
brijnen 2
grijnen 2
aandachtsterreinen 5
aanpassingstermijnen 6
aanvoerlijnen 4
aanvraagtermijnen 5
actieterreinen 5
argentijnen 4
beloegadolfijnen 6
binnenterreinen 5
blindengeleidelijnen 7
bouwterreinen 4
campingterreinen 5
cherubijnen 4
deurkozijnen 4
domeinen 3
drinkfonteinen 4
filipijnen 4
fluwijnen 3
fransijnen 3
geleidelijnen 5
kleinen 2
mijnen 2
moederzwijnen 4
opperrabbijnen 5
overhoekslijnen 5
pijnen 2
privédomeinen 5
Nog 17 rijmwoorden
rabbijnen 3
recreatieterreinen 7
rozijnen 3
segrijnen 3
serafijnen 4
snaveldolfijnen 5
spitssnuitdolfijnen 5
tagrijnen 3
terreinen 3
toepassingsdomeinen 6
treinen 2
vestigingsterreinen 6
vreetfestijnen 4
watergordijnen 5
witflankdolfijnen 5
witsnuitdolfijnen 5
wrattenzwijnen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beschijnen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 1
  7. J 4
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beschijnen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 2
  7. J 4
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 zonder bonus
  12. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beschijnen in het kort

beschijnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beschijnen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beschijnen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beschijnen: het laten vallen van lichtstralen op iets
Deel beschijnen — standaardnederlands.nl