dodijnen
werkwoord doˈdɛinə(n)Betekenis
- (een kind) zacht wiegen en in slaap zingen
- knikkebollen
Hoe spreek je dodijnen uit?
/doˈdɛinən/
Dodijnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- zacht wiegen en in slaap zingen transitive
Vervoeging van dodijnen
dodijnenhele werkwoord — dodijndeverleden tijd enkelvoud — dodijndenverleden tijd meervoud — gedodijndvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dodijn | dodijnde |
| jij | dodijnt | dodijnde |
| hij, zij, het | dodijnt | dodijnde |
| wij | dodijnen | dodijnden |
| jullie | dodijnen | dodijnden |
| zij | dodijnen | dodijnden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dodijn | gebiedende wijs |
| dodijnde | verleden tijd |
| dodijne | aanvoegende wijs |
| dodijnend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedodijnd | verleden tijd, deelwoord |
| gedodijnd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedodijnd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedodijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedodijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedodijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedodijnd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedodijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedodijnd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedodijnd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedodijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedodijnd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dodijnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedodijnd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dodijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedodijnd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dodijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dodijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedodijnd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Ontleend aan het Franse dodiner, dat als klankschildering gevormd is. In de Franse kindertaal betekent dodo "slaap" of "bed".
Woordfamilie van dodijnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dodijn | gebiedende wijs | dodijnen |
| dodijnde | verleden tijd | dodijnen |
| dodijnden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dodijnen |
| dodijne | aanvoegende wijs | dodijnen |
| dodijnend | onvoltooid deelwoord | dodijnen |
| dodijnende | woordvorm | dodijnen |
| dodijnt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dodijnen |
| gedodijnd | voltooid deelwoord | dodijnen |
| gedodijnde | woordvorm | dodijnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dodijnen zijn vastgelegd.