verdwijnen
werkwoord /vərˈdʋɛɪnə(n)/Betekenis
- wegraken, ophouden te bestaan
- verminderen, afnemen
- uit het zicht gaan
Hoe spreek je verdwijnen uit?
/vərˈdwɛinən/
Verdwijnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdwijnen
verdwijnenhele werkwoord — verdweenverleden tijd enkelvoud — verdwenenverleden tijd meervoud — verdwenenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdwijn | verdween |
| jij | verdwijnt | verdween |
| hij, zij, het | verdwijnt | verdween |
| wij | verdwijnen | verdwenen |
| jullie | verdwijnen | verdwenen |
| zij | verdwijnen | verdwenen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verdwijnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verdwenen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdwijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdween | verleden tijd |
| verdwenen | verleden tijd, deelwoord |
| verdwenen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdwenen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdwijn | gebiedende wijs |
| verdwijne | aanvoegende wijs |
| verdwijnend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdwenen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdwenen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdwenen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdwenen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdwenen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdwenen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdwenen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdwenen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdwenen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdwenen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdwijnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdwenen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdwijnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘weggaan’ voor het eerst aangetroffen in 1290
Woordfamilie van verdwijnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdween | verleden tijd | verdwijnen |
| verdweent | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdwijnen |
| verdwenen | voltooid deelwoord | verdwijnen |
| verdwijn | gebiedende wijs | verdwijnen |
| verdwijne | aanvoegende wijs | verdwijnen |
| verdwijnt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdwijnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdwijnen zijn vastgelegd.