Naar de inhoud

bikkelen

met bikkels het bikkelspel spelen

bikkelen

werkwoord ˈbɪkələ(n)

Betekenis

  1. met bikkels het bikkelspel spelen
  2. zich keihard inzetten

Hoe spreek je bikkelen uit?

/ˈbɪkələn/

Bikkelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɪkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɪ pit
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bikkelen

bikkelenhele werkwoord — bikkeldeverleden tijd enkelvoud — bikkeldenverleden tijd meervoud — gebikkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bikkel bikkelde
jij bikkelt bikkelde
hij, zij, het bikkelt bikkelde
wij bikkelen bikkelden
jullie bikkelen bikkelden
zij bikkelen bikkelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bikkel gebiedende wijs
bikkelde verleden tijd
bikkele aanvoegende wijs
bikkelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebikkeld verleden tijd, deelwoord
gebikkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebikkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bikkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘met bikkels spelen’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Woordfamilie van bikkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bikkelde verleden tijd bikkelen
bikkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bikkelen
bikkele aanvoegende wijs bikkelen
bikkelend onvoltooid deelwoord bikkelen
bikkelende woordvorm bikkelen
bikkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bikkelen
gebikkeld voltooid deelwoord bikkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bikkelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bikkelen

Hoe spreek ik bikkelen uit?
Zo spreek je bikkelen uit: /ˈbɪkələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van bikkelen?
Bikkelen is een werkwoord. De betekenis is: met bikkels het bikkelspel spelen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bikkelen?
Zo vervoeg je bikkelen zo: de tegenwoordige tijd is bikkel, de verleden tijd is bikkelde en het voltooid deelwoord is gebikkeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bikkelen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -ikkelen op bikkelen, zoals prikkelen en tikkelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bikkelen, uitspraak ˈbɪkələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikkelen 3
tikkelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bikkelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bikkelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bikkelen in het kort

bikkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bikkelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bikkelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bikkelen: met bikkels het bikkelspel spelen
Deel bikkelen — standaardnederlands.nl