Naar de inhoud

vergroten

groter doen worden

vergroten

werkwoord vərˈɣrotə(n)

Betekenis

  1. groter doen worden

Hoe spreek je vergroten uit?

/vərˈxrotən/

Vergroten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈxrotən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
x acht
o boot
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vergroten

vergrotenhele werkwoord — vergrootteverleden tijd enkelvoud — vergroottenverleden tijd meervoud — vergrootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergroot vergrootte
jij vergroot vergrootte
hij, zij, het vergroot vergrootte
wij vergroten vergrootten
jullie vergroten vergrootten
zij vergroten vergrootten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is vergroot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergroot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergroot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergroot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergroot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergroot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergroot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergroot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergroot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergroot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergroten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergroten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergroot gebiedende wijs
vergroot verleden tijd, deelwoord
vergroot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergroot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergrootte verleden tijd
vergrote aanvoegende wijs
vergrotend onvoltooid, deelwoord
zal vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vergroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergroten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vergroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van groot met het voorvoegsel ver- of afgeleid van het verouderde werkwoord groten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vergroten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergroot voltooid deelwoord vergroten
vergrootte verleden tijd vergroten
vergrootten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vergroten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergroten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vergroten

Hoe spreek je vergroten uit?
De uitspraak van vergroten is: /vərˈɣrotə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vergroten?
Vergroten is een werkwoord. Het woord betekent: groter doen worden.
Hoe vervoeg je vergroten?
Je vervoegt vergroten als volgt: de tegenwoordige tijd is vergroot, de verleden tijd is vergrootte en het voltooid deelwoord is vergroot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vergroten?

Op vergroten rijmen 42 woorden, onder andere stoten, promoten en aangeschoten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vergroten, uitspraak vərˈxrotən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stoten 2
promoten 3
aangeschoten 4
boten 2
poten 2
gesloten 3
sloten 2
besloten 3
aaneengesloten 5
kloten 2
koten 2
schroten 2
kogelstoten 4
coaten 2
aangegoten 4
aangesloten 4
aangestoten 4
autoboten 4
beschoten 3
bokkenpoten 4
buurtgenoten 4
calotten 3
coatten 2
eurozeloten 5
fractiegenoten 5
gegoten 3
geschoten 3
hazenpoten 4
kajuitmotorboten 6
kamergrootten 4
kiekenkoten 4
macrobioten 5
moten 2
ordegrootten 4
schoten 2
snoten 2
stootten 2
studentenkoten 5
televoten 4
vliegenpoten 4
Nog 2 rijmwoorden
waterschoten 4
woten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergroten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergroten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergroten in het kort

vergroten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vergroten zijn 38 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergroten bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergroten: groter doen worden
Deel vergroten — standaardnederlands.nl