promoten
werkwoord /proˈmotə(n)/Betekenis
- reclame maken voor
Hoe spreek je promoten uit?
/proˈmotən/
Promoten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van promoten
promotenhele werkwoord — promootteverleden tijd enkelvoud — promoottenverleden tijd meervoud — gepromootvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | promoot | promootte |
| jij | promoot | promootte |
| hij, zij, het | promoot | promootte |
| wij | promoten | promootten |
| jullie | promoten | promootten |
| zij | promoten | promootten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepromoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepromoot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepromoot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepromoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepromoot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepromoot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepromoot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepromoot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepromoot | verleden tijd, deelwoord |
| gepromoot te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepromoot te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepromoot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepromoot te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepromoot te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepromoot worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepromoot zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepromoot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepromoot zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepromoot zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepromoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepromoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepromoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepromoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepromoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| promoot | gebiedende wijs |
| promootte | verleden tijd |
| promote | aanvoegende wijs |
| promotend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepromoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te promoten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen promoten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepromoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepromoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepromoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepromoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepromoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepromoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepromoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepromoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepromoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt promoten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen promoten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepromoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepromoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepromoot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult promoten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verkoop bevorderen’ voor het eerst aangetroffen in 1972
Woordfamilie van promoten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepromoot | voltooid deelwoord | promoten |
| gepromote | woordvorm | promoten |
| promoot | gebiedende wijs | promoten |
| promootte | verleden tijd | promoten |
| promootten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | promoten |
| promote | aanvoegende wijs | promoten |
| promotend | onvoltooid deelwoord | promoten |
| promotende | woordvorm | promoten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van promoten zijn vastgelegd.