Naar de inhoud

coaten

een deklaag aanbrengen

coaten

werkwoord ˈkotə(n)

Betekenis

  1. een deklaag aanbrengen

Hoe spreek je coaten uit?

/ˈkotən/

Coaten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkotən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
o boot
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als koten, coatten.

Vervoeging van coaten

coatenhele werkwoord — coatteverleden tijd enkelvoud — coattenverleden tijd meervoud — gecoatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik coat coatte
jij coat coatte
hij, zij, het coat coatte
wij coaten coatten
jullie coaten coatten
zij coaten coatten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
coat gebiedende wijs
coate aanvoegende wijs
coatend onvoltooid, deelwoord
coatte verleden tijd
er is gecoat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecoat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecoat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecoat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecoat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecoat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecoat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecoat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecoat verleden tijd, deelwoord
gecoat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecoat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecoat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecoat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecoat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecoat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecoat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecoat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecoat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecoat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecoat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te coaten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecoat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen coaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecoat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecoat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecoat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecoat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecoat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecoat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecoat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecoat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt coaten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecoat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecoat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen coaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult coaten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecoat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecoat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecoat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘van een deklaag voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1953

Woordfamilie van coaten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
coat gebiedende wijs coaten
coate aanvoegende wijs coaten
coatend onvoltooid deelwoord coaten
coatende woordvorm coaten
coatte verleden tijd coaten
coatten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon coaten
gecoat voltooid deelwoord coaten
gecoate woordvorm coaten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coaten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over coaten

Hoe spreek ik coaten uit?
Zo spreek je coaten uit: /ˈkotə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van coaten?
Coaten is een werkwoord. De betekenis is: een deklaag aanbrengen.
Hoe vervoeg ik coaten?
Zo vervoeg je coaten zo: de tegenwoordige tijd is coat, de verleden tijd is coatte en het voltooid deelwoord is gecoat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op coaten?

In dit woordenboek rijmen 42 woorden op -ten op coaten, zoals stoten, promoten en aangeschoten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op coaten, uitspraak ˈkotən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stoten 2
promoten 3
aangeschoten 4
boten 2
poten 2
gesloten 3
sloten 2
vergroten 3
besloten 3
aaneengesloten 5
kloten 2
koten 2
schroten 2
kogelstoten 4
aangegoten 4
aangesloten 4
aangestoten 4
autoboten 4
beschoten 3
bokkenpoten 4
buurtgenoten 4
calotten 3
coatten 2
eurozeloten 5
fractiegenoten 5
gegoten 3
geschoten 3
hazenpoten 4
kajuitmotorboten 6
kamergrootten 4
kiekenkoten 4
macrobioten 5
moten 2
ordegrootten 4
schoten 2
snoten 2
stootten 2
studentenkoten 5
televoten 4
vliegenpoten 4
Nog 2 rijmwoorden
waterschoten 4
woten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord coaten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

coaten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

coaten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

coaten in het kort

coaten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van coaten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort coaten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

coaten: een deklaag aanbrengen
Deel coaten — standaardnederlands.nl