koter
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkotərBetekenis
- kind, een klein kind
- (België) Een studentenkamer bewonen
Hoe spreek je koter uit?
/ˈkotər/
Koter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koters | meervoud |
| kotertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kotertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koteren
- gebiedende wijs van koteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koteren
Vervoeging van koter
koterhele werkwoord
Herkomst
Bargoens, van Jiddisch קטן (koten) "klein kind", voor het eerst aangetroffen in 1860 De vorm koter met -r is enigszins aangepast aan kleuter.
Woordfamilie van koter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koters | meervoud | koter |
| kotertje | verkleinwoord | koter |
| kotertjes | verkleinwoord meervoud | koter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koter zijn vastgelegd.