Naar de inhoud

sloten

aan een sloot werken

sloten is meer dan één woord

sloten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈslotə(n)

Betekenis

  1. aan een sloot werken
  2. van een sloot voorzien

Hoe spreek je sloten uit?

/ˈslotən/

Sloten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslotən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
o boot
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sloten

slotenhele werkwoord — slootteverleden tijd enkelvoud — sloottenverleden tijd meervoud — geslootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sloot slootte
jij sloot slootte
hij, zij, het sloot slootte
wij sloten slootten
jullie sloten slootten
zij sloten slootten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesloot verleden tijd, deelwoord
gesloot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot gebiedende wijs
slootte verleden tijd
slote aanvoegende wijs
slotend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sloten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van sluiten

Vervoeging van sloten

slotenhele werkwoord — slootteverleden tijd enkelvoud — sloottenverleden tijd meervoud — geslootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sloot slootte
jij sloot slootte
hij, zij, het sloot slootte
wij sloten slootten
jullie sloten slootten
zij sloten slootten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesloot verleden tijd, deelwoord
gesloot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot gebiedende wijs
slootte verleden tijd
slote aanvoegende wijs
slotend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sloten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord slot
  • meervoud van het zelfstandig naamwoord sloot

Woordfamilie van sloten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesloot voltooid deelwoord sloten
geslote woordvorm sloten
slootte verleden tijd sloten
slootten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sloten
slote aanvoegende wijs sloten
slotend onvoltooid deelwoord sloten
slotende woordvorm sloten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sloten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sloten

Hoe spreek je sloten uit?
De uitspraak van sloten is: /ˈslotə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent sloten?
Sloten is een werkwoord. Het woord betekent: aan een sloot werken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je sloten?
Je vervoegt sloten als volgt: de tegenwoordige tijd is sloot, de verleden tijd is slootte en het voltooid deelwoord is gesloot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sloten?

In dit woordenboek rijmen 42 woorden op -oten op sloten, zoals stoten, promoten en aangeschoten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sloten, uitspraak ˈslotən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stoten 2
promoten 3
aangeschoten 4
boten 2
poten 2
gesloten 3
vergroten 3
besloten 3
aaneengesloten 5
kloten 2
koten 2
schroten 2
kogelstoten 4
coaten 2
aangegoten 4
aangesloten 4
aangestoten 4
autoboten 4
beschoten 3
bokkenpoten 4
buurtgenoten 4
calotten 3
coatten 2
eurozeloten 5
fractiegenoten 5
gegoten 3
geschoten 3
hazenpoten 4
kajuitmotorboten 6
kamergrootten 4
kiekenkoten 4
macrobioten 5
moten 2
ordegrootten 4
schoten 2
snoten 2
stootten 2
studentenkoten 5
televoten 4
vliegenpoten 4
Nog 2 rijmwoorden
waterschoten 4
woten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sloten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. O 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sloten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. O 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sloten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sloten in het kort

sloten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sloten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sloten bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sloten: aan een sloot werken
Deel sloten — standaardnederlands.nl