koffiezetapparaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- elektrisch apparaat om koffie mee te zetten en warm te houden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koffiezetapparaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koffiezetapparaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| koffiezetapparaten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘toestel voor het bereiden van koffie’ voor het eerst aangetroffen in 1963
Woordfamilie van koffiezetapparaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koffiezetapparaatje | verkleinwoord | koffiezetapparaat |
| koffiezetapparaatjes | verkleinwoord meervoud | koffiezetapparaat |
| koffiezetapparaten | meervoud | koffiezetapparaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koffiezetapparaat zijn vastgelegd.