rederijker
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈredəˌrɛikərBetekenis
- amateurdichter die lid was van het gilde van een rederijkerskamer op het einde van de middeleeuwen
- lid van een amateurtoneel- of reciteervereniging
- iemand die teveel en te grote woorden gebruikt
Hoe spreek je rederijker uit?
/ˈredəˌrɛikər/
Rederijker bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die te veel en te grote woorden gebruikt humorous
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rederijkers | meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van rederijk
Herkomst
In de betekenis van ‘beoefenaar van de retorica’ voor het eerst aangetroffen in 1596