dijker
zelfstandig naamwoord ˈdɛikərBetekenis
- benaming voor een jongere die rond 1960 behoorde tot de subcultuur die afwijzend stond tegenover de gevestigde maatschappij en veel interesse had voor brommers, rock en Amerikaanse cultuur
- iemand met de taak een waterkering aan te leggen of in stand te houden
Hoe spreek je dijker uit?
/ˈdɛikər/
Dijker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dijkers | meervoud |
Herkomst
[1] afgeleid van dijk met het achtervoegsel -er, een verwijzing naar het Nieuwendijk in Amsterdam, een belangrijke ontmoetingsplaats voor deze groep, als benaming aangetroffen vanaf 1959 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van dijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dijkers | meervoud | dijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dijker zijn vastgelegd.