spijker
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈspɛikərBetekenis
- een opslagplaats voor graan
Hoe spreek je spijker uit?
/ˈspɛikər/
Spijker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden masculine
- opslagplaats voor graan neuter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spijkers | meervoud |
| spijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
- gebiedende wijs van spijkeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
Vervoeging van spijker
spijkerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘nagel’ voor het eerst aangetroffen in 1284
Woordfamilie van spijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spijkers | meervoud | spijker |
| spijkertje | verkleinwoord | spijker |
| spijkertjes | verkleinwoord meervoud | spijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spijker zijn vastgelegd.