verrekijker
zelfstandig naamwoord ˈvɛrəˌkɛikərBetekenis
- een optisch instrument om voorwerpen op grote afstand te kunnen waarnemen door het vergrotend effect van het instrument
Hoe spreek je verrekijker uit?
/ˈvɛrəˌkɛikər/
Verrekijker bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verrekijkers | meervoud |
| verrekijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verrekijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘instrument om over grote afstanden te kijken’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van verrekijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verrekijkers | meervoud | verrekijker |
| verrekijkertje | verkleinwoord | verrekijker |
| verrekijkertjes | verkleinwoord meervoud | verrekijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrekijker zijn vastgelegd.