kaïnsteken
zelfstandig naamwoord ˈkaɪnsˌtekə(n)Betekenis
- teken dat een moordenaar zou moeten identificeren
- benaming voor doorlopende wenkbrauwen
Hoe spreek je kaïnsteken uit?
/ˈkaɪnsˌtekən/
Kaïnsteken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- uiterlijk kenmerk waaruit wordt afgeleid dat iemand niet deugt of iets misdaan heeft figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Kaïnsteken | |
| kaïnstekens | meervoud |
Herkomst
eponiem dat verwijst naar Kaïn uit Genesis 4; Kaïnsteken zn geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 6.D
Woordfamilie van kaïnsteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaïnstekens | meervoud | kaïnsteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaïnsteken zijn vastgelegd.