herzien
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord hɛrˈzinBetekenis
- opnieuw naar iets kijken om veranderingen aan te brengen
- veranderd, verbeterd
Hoe spreek je herzien uit?
/hɛrˈzin/
Herzien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herzien
herzienhele werkwoord — herzagverleden tijd enkelvoud — herzagenverleden tijd meervoud — herzienvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herzie | herzag |
| jij | herziet | herzaagt |
| hij, zij, het | herziet | herzag |
| wij | herzien | herzagen |
| jullie | herzien | herzagen |
| zij | herzien | herzagen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herzien | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herzien | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herzien | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herzien | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herzien worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herzien zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herzien worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herzien zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herzien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herzien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herzien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herzien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herzien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herzag | verleden tijd |
| herzie | gebiedende wijs |
| herzie | aanvoegende wijs |
| herzien | verleden tijd, deelwoord |
| herzien te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herzien te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herzien te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herzien te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herzien te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herzien worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herzien zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herzien zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herzien zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herzien zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herziend | onvoltooid, deelwoord |
| is herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herzien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herzien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herzien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herzien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herzien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herzien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herzien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herzien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herzien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herzien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herzien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herzien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herzien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herzien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herzien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herzien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herzien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herzien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herzien zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van herzien
Vervoeging van herzien
herzienhele werkwoord
Herkomst
Afleiding van zien met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herzien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herzaagt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | herzien |
| herzag | verleden tijd | herzien |
| herzagen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herzien |
| herzie | gebiedende wijs | herzien |
| herziend | onvoltooid deelwoord | herzien |
| herziende | woordvorm | herzien |
| herziene | woordvorm | herzien |
| herziens | woordvorm | herzien |
| herziet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herzien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herzien zijn vastgelegd.