evergreen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɛvərˌɡriːnBetekenis
- lied, boek enz. dat dat door de jaren heen zijn populariteit behoudt
- eeuwig groen blijvend
Hoe spreek je evergreen uit?
/ˈɛvərˌgrin/
Evergreen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| g | goal |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| evergreens | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘populair blijvend lied’ voor het eerst aangetroffen in 1965
Woordfamilie van evergreen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| evergreens | meervoud | evergreen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van evergreen zijn vastgelegd.