herzeggen
werkwoordBetekenis
- herhalen, navertellen
- een eerder gedane uitspraak terugnemen; terugkomen op een eerder geuite mening
Vervoeging van herzeggen
herzeggenhele werkwoord — herzegdeverleden tijd enkelvoud — herzegdenverleden tijd meervoud — herzegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herzeg | herzegde |
| jij | herzegt | herzegde |
| hij, zij, het | herzegt | herzegde |
| wij | herzeggen | herzegden |
| jullie | herzeggen | herzegden |
| zij | herzeggen | herzegden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had herzegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herzegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herzegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herzegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herzegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herzegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herzegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herzegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herzegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herzeg | gebiedende wijs |
| herzegd | verleden tijd, deelwoord |
| herzegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herzegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herzegde | verleden tijd |
| herzegge | aanvoegende wijs |
| herzeggend | onvoltooid, deelwoord |
| herzei | verleden tijd |
| te hebben herzegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herzeggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herzeggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herzegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herzeggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herzegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herzeggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van zeggen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herzeggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herzeg | gebiedende wijs | herzeggen |
| herzegd | voltooid deelwoord | herzeggen |
| herzegde | verleden tijd | herzeggen |
| herzegden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herzeggen |
| herzegge | aanvoegende wijs | herzeggen |
| herzeggend | onvoltooid deelwoord | herzeggen |
| herzeggende | woordvorm | herzeggen |
| herzegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herzeggen |
| herzei | verleden tijd | herzeggen |
| herzeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herzeggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herzeggen zijn vastgelegd.