balsemien
zelfstandig naamwoord ˌbɑlsəˈminBetekenis
- plantengeslacht behorend tot de tweezaadlobbigen
Hoe spreek je balsemien uit?
/ˌbɑlsəˈmin/
Balsemien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| ə | de |
| m | maan |
| i | riet |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Impatiens behorend tot de tweezaadlobbigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| balsemienen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1663
Woordfamilie van balsemien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| balsemienen | meervoud | balsemien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balsemien zijn vastgelegd.