bezien
werkwoord bəˈzinBetekenis
- in ogenschouw nemen
- het staat nog te bezien: het is nog helemaal niet zeker
- het valt nog te bezien: daar moet nog over nagedacht worden
Hoe spreek je bezien uit?
/bəˈzin/
Bezien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- # voltooid deelwoord van bezien
Vervoeging van bezien
bezienhele werkwoord — bezagverleden tijd enkelvoud — bezagenverleden tijd meervoud — bezienvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezie | bezag |
| jij | beziet | bezaagt |
| hij, zij, het | beziet | bezag |
| wij | bezien | bezagen |
| jullie | bezien | bezagen |
| zij | bezien | bezagen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezag | verleden tijd |
| bezie | gebiedende wijs |
| bezie | aanvoegende wijs |
| bezien | verleden tijd, deelwoord |
| bezien te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezien te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezien te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezien te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezien te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezien worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezien zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezien zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezien zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezien zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beziend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bezien | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezien | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezien | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezien | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezien worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezien zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezien worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezien zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bezien | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bezien | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bezien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezien zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bezien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bezien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezien worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezien zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands besien, op te vatten als afgeleid van zien met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezag | verleden tijd | bezien |
| bezagen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezien |
| beziend | onvoltooid deelwoord | bezien |
| beziende | woordvorm | bezien |
| beziene | woordvorm | bezien |
| beziet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezien zijn vastgelegd.