herbegraven
werkwoordBetekenis
- een opgegraven stoffelijk overschot opnieuw begraven
Vervoeging van herbegraven
herbegravenhele werkwoord — herbegroefverleden tijd enkelvoud — herbegroevenverleden tijd meervoud — herbegravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herbegraaf | herbegroef |
| jij | herbegraaft | herbegroef |
| hij, zij, het | herbegraaft | herbegroef |
| wij | herbegraven | herbegroeven |
| jullie | herbegraven | herbegroeven |
| zij | herbegraven | herbegroeven |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herbegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herbegraaf | gebiedende wijs |
| herbegrave | aanvoegende wijs |
| herbegraven | verleden tijd, deelwoord |
| herbegraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herbegraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herbegravend | onvoltooid, deelwoord |
| herbegroef | verleden tijd |
| te hebben herbegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van herbegraven
herbegravenhele werkwoord — herbegroefverleden tijd enkelvoud — herbegroevenverleden tijd meervoud — herbegravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herbegraaf | herbegroef |
| jij | herbegraaft | herbegroef |
| hij, zij, het | herbegraaft | herbegroef |
| wij | herbegraven | herbegroeven |
| jullie | herbegraven | herbegroeven |
| zij | herbegraven | herbegroeven |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herbegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herbegraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herbegraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herbegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herbegraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herbegraaf | gebiedende wijs |
| herbegrave | aanvoegende wijs |
| herbegraven | verleden tijd, deelwoord |
| herbegraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herbegraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herbegravend | onvoltooid, deelwoord |
| herbegroef | verleden tijd |
| te hebben herbegraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herbegraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herbegraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herbegraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herbegraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van begraven met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van herbegraven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herbegraaf | gebiedende wijs | herbegraven |
| herbegraaft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herbegraven |
| herbegrave | aanvoegende wijs | herbegraven |
| herbegravend | onvoltooid deelwoord | herbegraven |
| herbegravende | woordvorm | herbegraven |
| herbegroef | verleden tijd | herbegraven |
| herbegroeven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herbegraven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herbegraven zijn vastgelegd.