Naar de inhoud

halzen

om de hals vallen

halzen is meer dan één woord

halzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. om de hals vallen

werkwoord

  1. inslikken, opzwelgen, verzwelgen transitive
  2. een schip over een andere boeg wenden intransitive
  3. zich inspannen, moeite doen voor iets intransitive

Vervoeging van halzen

halzenhele werkwoord — halsdeverleden tijd enkelvoud — halsdenverleden tijd meervoud — gehalsdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hals halsde
jij halst halsde
hij, zij, het halst halsde
wij halzen halsden
jullie halzen halsden
zij halzen halsden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehalsd verleden tijd, deelwoord
gehalsd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalsd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehalsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehalsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehalsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehalsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehalsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehalsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehalsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hals gebiedende wijs
halsde verleden tijd
halze aanvoegende wijs
halzend onvoltooid, deelwoord
heb gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te halzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehalsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen halzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehalsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt halzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen halzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehalsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult halzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hals

Herkomst

afgeleid van hals met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van halzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehalsd voltooid deelwoord halzen
gehalsde woordvorm halzen
halsde verleden tijd halzen
halsden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon halzen
halst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon halzen
halze aanvoegende wijs halzen
halzend onvoltooid deelwoord halzen
halzende woordvorm halzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over halzen

Wat betekent halzen?
Halzen is een werkwoord. Het woord betekent: om de hals vallen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je halzen?
Je vervoegt halzen als volgt: de tegenwoordige tijd is hals, de verleden tijd is halsde en het voltooid deelwoord is gehalsd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord halzen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

halzen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

halzen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

halzen in het kort

halzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van halzen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort halzen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

halzen: om de hals vallen
Deel halzen — standaardnederlands.nl