git
zelfstandig naamwoord ɣɪtBetekenis
- een bepaalde zwarte delfstof.
- jullie twee.
Hoe spreek je git uit?
/xɪt/
Git bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɪ | pit |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bepaalde zwarte delfstof no-plural
- zwarte siersteen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gitjes | verkleinwoord, meervoud |
| gitten | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands get, Oudfrans jaiet, Latijn gagates van Oudgrieks γαγάτης (gagátès); in de betekenis van ‘zwarte delfstof’ aangetroffen vanaf 1451
Woordfamilie van git
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gitten | meervoud | git |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van git zijn vastgelegd.