grit
zelfstandig naamwoord ɣrɪtBetekenis
- schelpengruis (bijv. als bijvoer voor kippen)
- gruis (van kleine steentjes) wat ter absorptie wordt gebruikt of om mee te zandstralen
- griet, grutto
- gruis (van kleine steentjes)
- de mate van de ruwheid van schuurpapier (hoe kleiner het getal, hoe ruwer)
- steenlaag van kleine steentjes
- gort, grutten
- gortepap
- in ~ one's teeth: 1. (de tanden) knarsen, knarsetanden, 2. door de zure appel bijten
- met gruis bedekken
Hoe spreek je grit uit?
/xrɪt/
Grit bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel, Limosa limosa