geschiedenisleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een leraar die les geeft in de geschiedenis van de wereld.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geschiedenisleraars | meervoud |
| geschiedenisleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geschiedenisleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
| geschiedenisleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geschiedenis en leraar
Woordfamilie van geschiedenisleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschiedenisleraars | meervoud | geschiedenisleraar |
| geschiedenisleraartje | verkleinwoord | geschiedenisleraar |
| geschiedenisleraartjes | verkleinwoord meervoud | geschiedenisleraar |
| geschiedenisleraren | meervoud | geschiedenisleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geschiedenisleraar zijn vastgelegd.