fles
zelfstandig naamwoord, werkwoord flɛsBetekenis
- een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
Hoe spreek je fles uit?
/flɛs/
Fles bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flesjes | verkleinwoord, meervoud |
| flessen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
- gebiedende wijs van flessen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
Vervoeging van fles
fleshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘glazen vat met nauwe hals’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van fles
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flesch | woordvorm | fles |
| flesje | verkleinwoord | fles |
| flesjes | verkleinwoord meervoud | fles |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fles zijn vastgelegd.