succes
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel sykˈsɛsBetekenis
- het slagen van een opzet
- wens om uit te drukken dat je hoopt dat de aangesprokene zijn doel gaat bereiken
Hoe spreek je succes uit?
/sykˈsɛs/
Succes bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| y | fuut |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gewenste resultaat van een opzet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| succesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| succesjes | verkleinwoord, meervoud |
| successen | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| succes! | canonical |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘welslagen’ voor het eerst aangetroffen in 1690
Woordfamilie van succes
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| succesje | verkleinwoord | succes |
| succesjes | verkleinwoord meervoud | succes |
| successen | meervoud | succes |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van succes zijn vastgelegd.