proces
zelfstandig naamwoord /proˈsɛs/Betekenis
- een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
- de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen die van de ene toestand naar de andere leidt
- de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen
- een strafproces of rechtszaak
- burgelijk procesrecht
- postup
- přelíčení
Hoe spreek je proces uit?
/proˈsɛs/
Proces bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| procesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| procesjes | verkleinwoord, meervoud |
| processen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gang van zaken, rechtsgeding’ voor het eerst aangetroffen in 1265.
Woordfamilie van proces
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| procesje | verkleinwoord | proces |
| procesjes | verkleinwoord meervoud | proces |
| processen | meervoud | proces |
| processe | woordvorm | processen |
| processende | woordvorm | processen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proces zijn vastgelegd.