bles
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord blɛsBetekenis
- witte vlek op het voorhoofd van een paard
- witte vlek op de kop van een dier, midden boven de ogen
- plek waar een boom ontschorst is
- kale plek op het voorhoofd van een mens
- haarlok
- uiteinde van een haar in een penseel of kwast
- paard met een vlek op het voorhoofd
- dier met een witte vlek op de kop, midden boven de ogen
- natuurlijke beharing verloren hebbend
Hoe spreek je bles uit?
/blɛs/
Bles bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blesjes | verkleinwoord, meervoud |
| blessen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blessen
- gebiedende wijs van blessen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blessen
Vervoeging van bles
bleshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘witte plek op voorhoofd van paarden’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van bles
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blesje | verkleinwoord | bles |
| blesjes | verkleinwoord meervoud | bles |
| blesse | woordvorm | bles |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bles zijn vastgelegd.