flessentrekker
zelfstandig naamwoord ˈflɛsə(n)ˌtrɛkərBetekenis
- iemand die mensen geld afhandig maakt door ze te bedriegen
- iemand uit Vlissingen
Hoe spreek je flessentrekker uit?
/ˈflɛsənˌtrɛkər/
Flessentrekker bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flessentrekkers | meervoud |
| flessentrekkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flessentrekkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fles zn en trekker zn met het invoegsel -en- **[1] van de uitdrukking op flessen trekken, naar de praktijk om de minder smakelijke resten bier uit een vat na toevoeging van suiker en gerst weer in flessen als bier te verkopen; in de betekenis van ‘zwendelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1894 **[2] vermoedelijk een verwijzing naar het gemeentewapen waarin een fles is afgebeeld
Woordfamilie van flessentrekker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flessentrekkers | meervoud | flessentrekker |
| flessentrekkertje | verkleinwoord | flessentrekker |
| flessentrekkertjes | verkleinwoord meervoud | flessentrekker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flessentrekker zijn vastgelegd.