jazz
zelfstandig naamwoord dʒɛːsBetekenis
- muziekstijl die rond 1900 ontstaan is bij de negerbevolking in Amerika, vooral gekenmerkt door syncope en vermenging van ritme en door improvisatie
Hoe spreek je jazz uit?
/dʒɛs/
Jazz bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ʒ | journaal |
| ɛ | bed |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — masculine
- muziekstijl die rond 1900 ontstaan is bij de zwarte bevolking in Amerika, vooral gekenmerkt door syncope en vermenging van ritme en door improvisatie
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘moderne muziek met sterk improvisatie-element’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912