fleren
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈflɛrə(n)/Betekenis
- zonder haast of doel rondlopen
- ongemeende of overdreven complimenten geven
- op een prettige manier aanraken
- raken met een slag
Hoe spreek je fleren uit?
/ˈflɛrən/
Fleren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van fleren
flerenhele werkwoord — fleerdeverleden tijd enkelvoud — fleerdenverleden tijd meervoud — gefleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fleer | fleerde |
| jij | fleert | fleerde |
| hij, zij, het | fleert | fleerde |
| wij | fleren | fleerden |
| jullie | fleren | fleerden |
| zij | fleren | fleerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| fleer | gebiedende wijs |
| fleerde | verleden tijd |
| flere | aanvoegende wijs |
| flerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord fleer
Herkomst
ww [1], [2], [3]: (verkorting) flederen ww
Woordfamilie van fleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fleerde | verleden tijd | fleren |
| fleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fleren |
| fleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fleren |
| flere | aanvoegende wijs | fleren |
| flerend | onvoltooid deelwoord | fleren |
| flerende | woordvorm | fleren |
| gefleerd | voltooid deelwoord | fleren |
| gefleerde | woordvorm | fleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fleren zijn vastgelegd.