duo
zelfstandig naamwoord ˈdywoBetekenis
- twee personen die samen optreden of iets verrichten
- muziekgroep bestaande uit twee mensen
- muziekstuk bedoeld om door twee mensen te worden uitgevoerd
- zitplaats voor een bijrijder op een motorfiets
- toegevoegde zitplaats achterop een vervoermiddel dat gewoonlijk voor één persoon bestemd is
- twee
Hoe spreek je duo uit?
/ˈdywo/
Duo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| y | fuut |
| w | quiz |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duo's | meervoud |
| duootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| duootjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duo's | meervoud |
| duootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| duootjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van duo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duo's | meervoud | duo |
| duootje | verkleinwoord | duo |
| duootjes | verkleinwoord meervoud | duo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duo zijn vastgelegd.