duorijder
zelfstandig naamwoord 'dyworɛɪdərBetekenis
- passagier op een bromfiets of motor die achter de bestuurder zit
Hoe spreek je duorijder uit?
/ˈdyworɛidər/
Duorijder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| y | fuut |
| w | quiz |
| o | boot |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duorijders | meervoud |
Herkomst
afleiding van rijder met het voorvoegsel duo-
Woordfamilie van duorijder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duorijders | meervoud | duorijder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duorijder zijn vastgelegd.