duoticket
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toegangsbewijs voor twee voorstellingen of evenementen
- een toegangsbewijs voor twee personen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duotickets | meervoud |
Herkomst
afleiding van ticket met het voorvoegsel duo-
Woordfamilie van duoticket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duotickets | meervoud | duoticket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duoticket zijn vastgelegd.