solo
bijwoord, zelfstandig naamwoord /ˈsolo/Betekenis
- het alleen optreden
- het alleen uitvoeren van een reeks acties in een sportwedstrijd
- eenzaam, alleen
Hoe spreek je solo uit?
/ˈsolo/
Solo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- zonder hulp van een maat
- als zanger of speler alleen
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘bijwoord: als zanger of speler alléén’ voor het eerst aangetroffen in 1782
Woordfamilie van solo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| soli | meervoud | solo |
| solo's | meervoud | solo |
| solootje | woordvorm | solo |
| solootjes | meervoud | solo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van solo zijn vastgelegd.