nonet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep van negen muzikanten
- een muziekstuk voor negen musici
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nonetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nonetjes | verkleinwoord, meervoud |
| nonetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘muziekstuk voor negen instrumenten’ voor het eerst aangetroffen in 1860
Woordfamilie van nonet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nonetje | verkleinwoord | nonet |
| nonetjes | verkleinwoord meervoud | nonet |
| nonetten | meervoud | nonet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nonet zijn vastgelegd.