septet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep van zeven muzikanten
- een muziekstuk voor zeven musici
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| septetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| septetjes | verkleinwoord, meervoud |
| septetten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘muziekstuk voor zeven partijen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van septet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| septetje | verkleinwoord | septet |
| septetjes | verkleinwoord meervoud | septet |
| septetten | meervoud | septet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van septet zijn vastgelegd.