sextet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep van zes muzikanten
- een muziekstuk voor zes musici
- een dichtvorm bestaande uit zes regels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sextetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sextetjes | verkleinwoord, meervoud |
| sextetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘stuk voor zes musicerende personen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van sextet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sextetje | verkleinwoord | sextet |
| sextetjes | verkleinwoord meervoud | sextet |
| sextetten | meervoud | sextet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sextet zijn vastgelegd.