doder
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die een levend wezen doodmaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doders | meervoud |
| dodertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dodertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van dood
Herkomst
afgeleid van de werkwoordstam van doden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van doder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dodertje | verkleinwoord | doder |
| dodertjes | verkleinwoord meervoud | doder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doder zijn vastgelegd.