botten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɔtə(n)Betekenis
- knoppen krijgen
Hoe spreek je botten uit?
/ˈbɔtən/
Botten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van botten
bottenhele werkwoord — botteverleden tijd enkelvoud — gebotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bot | botte |
| jij | bot | botte |
| hij, zij, het | bot | botte |
| wij | botten | — |
| jullie | botten | — |
| zij | botten | — |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bot | gebiedende wijs |
| botte | verleden tijd |
| botte | aanvoegende wijs |
| bottend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebot | verleden tijd, deelwoord |
| gebot te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebot zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te botten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gebot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen botten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt botten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen botten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult botten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bot
- meervoud van het zelfstandig naamwoord botte
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van botten
Vervoeging van botten
bottenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘uitspruiten’ voor het eerst aangetroffen in 1438
Woordfamilie van botten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bottend | onvoltooid deelwoord | botten |
| bottende | woordvorm | botten |
| gebot | voltooid deelwoord | botten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botten zijn vastgelegd.