verrotten
werkwoord vəˈrɔtə(n)Betekenis
- vergaan door rotting
Hoe spreek je verrotten uit?
/vəˈrɔtən/
Verrotten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- vergaan als gevolg van het rottingsproces ergative
- kwijnen, wegkwijnen figuratively
Vervoeging van verrotten
verrottenhele werkwoord — verrotteverleden tijd enkelvoud — verrotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verrot | verrotte |
| jij | verrot | verrotte |
| hij, zij, het | verrot | verrotte |
| wij | verrotten | — |
| jullie | verrotten | — |
| zij | verrotten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verrot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verrot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verrot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verrot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verrot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verrot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verrot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verrot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verrot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verrot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verrotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verrotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrot | gebiedende wijs |
| verrot | verleden tijd, deelwoord |
| verrot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrotte | verleden tijd |
| verrotte | aanvoegende wijs |
| verrottend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verrot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verrotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verrot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verrotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van rot met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en of afgeleid van rotten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verrotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verrottend | onvoltooid deelwoord | verrotten |
| verrottende | woordvorm | verrotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrotten zijn vastgelegd.