plotten
werkwoord /ˈplɔtən/Betekenis
- de positie van een schip of vliegtuig bepalen in de vorm van coördinaten
- meetwaarden als coördinaten in een grafiek weergeven
- afdrukken van lijnafbeeldingen met een plotter
Hoe spreek je plotten uit?
/ˈplɔtən/
Plotten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van plotten
plottenhele werkwoord — plotteverleden tijd enkelvoud — geplotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plot | plotte |
| jij | plot | plotte |
| hij, zij, het | plot | plotte |
| wij | plotten | — |
| jullie | plotten | — |
| zij | plotten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geplot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplot | verleden tijd, deelwoord |
| geplot te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplot te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplot te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplot te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplot worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplot zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplot zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplot zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plot | gebiedende wijs |
| plotte | verleden tijd |
| plotte | aanvoegende wijs |
| plottend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geplot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geplot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geplot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geplot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geplot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geplot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordfamilie van plotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplot | voltooid deelwoord | plotten |
| geplotte | woordvorm | plotten |
| plotte | verleden tijd | plotten |
| plottend | onvoltooid deelwoord | plotten |
| plottende | woordvorm | plotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plotten zijn vastgelegd.