botte
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /ˈbɔtə/Betekenis
- vat, kuip, bak, kan
- draagmand, gevlochten koffer
- laars
- werktuig dat werd gebruikt bij het maken van Goudse pijpen
Hoe spreek je botte uit?
/ˈbɔtə/
Botte bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van bot
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van botten
- aanvoegende wijs van botten
Vervoeging van botte
bottehele werkwoord
Herkomst
[zelfstandig naamwoord] van Middelnederlands botte