vlotten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈvlɔtə(n)/Betekenis
- voortgang maken
- voortdurend geleidelijk veranderen
- in de vorm van een vlot naar een andere plaats brengen
- drijven
- drijven, varen
- vloeien
- over het water vervoeren
Hoe spreek je vlotten uit?
/ˈvlɔtən/
Vlotten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vlotten
vlottenhele werkwoord — vlotteverleden tijd enkelvoud — gevlotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlot | vlotte |
| jij | vlot | vlotte |
| hij, zij, het | vlot | vlotte |
| wij | vlotten | — |
| jullie | vlotten | — |
| zij | vlotten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevlot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevlot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevlot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevlot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevlot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevlot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevlot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevlot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevlot | verleden tijd, deelwoord |
| gevlot te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevlot te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevlot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevlot te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevlot te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevlot worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevlot zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevlot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevlot zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevlot zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevlot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevlot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevlot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevlot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevlot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevlot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vlotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vlotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlot | gebiedende wijs |
| vlotte | verleden tijd |
| vlotte | aanvoegende wijs |
| vlottend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevlot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevlot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevlot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevlot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevlot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevlot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevlot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevlot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevlot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevlot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vlotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevlot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevlot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevlot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vlotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vlot
Herkomst
In de betekenis van ‘drijven’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van vlotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevlot | voltooid deelwoord | vlotten |
| gevlotte | woordvorm | vlotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlotten zijn vastgelegd.