ravotten
werkwoord, zelfstandig naamwoord raˈvɔtə(n)Betekenis
- op een gezellige vriendschappelijke wijze met elkaar vechten zonder elkaar te verwonden
Hoe spreek je ravotten uit?
/raˈvɔtən/
Ravotten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ravotten
ravottenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ravot
Herkomst
In de betekenis van ‘stoeien’ voor het eerst aangetroffen in 1550
Woordfamilie van ravotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geravot | woordvorm | ravotten |
| ravotte | woordvorm | ravotten |
| ravottend | woordvorm | ravotten |
| ravottende | woordvorm | ravotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ravotten zijn vastgelegd.