bezie
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbeziBetekenis
- besachtige vrucht
Hoe spreek je bezie uit?
/ˈbezi/
Bezie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| z | zon |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- erfwoord besachtige vrucht obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bezietjes | verkleinwoord, meervoud |
| beziën | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezien
- gebiedende wijs van bezien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezien
- aanvoegende wijs van bezien
Vervoeging van bezie
beziehele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezíé | canonical |
Herkomst
[zelfstandig naamwoord]: erfwoord van Middelnederlands besie, waar ook het meer gangbare bes uit is ontstaan
Woordfamilie van bezie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezietje | verkleinwoord | bezie |
| bezietjes | verkleinwoord meervoud | bezie |
| beziën | meervoud | bezie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezie zijn vastgelegd.