Naar de inhoud

betogen

een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren

betogen is meer dan één woord

betogen

werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈtoɣə(n)

Betekenis

  1. een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren
  2. een politieke demonstratie houden

Hoe spreek je betogen uit?

/bəˈtoxən/

Betogen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈtoxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
t tak
o boot
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van betogen

betogenhele werkwoord — betoogdeverleden tijd enkelvoud — betoogdenverleden tijd meervoud — betoogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betoog betoogde
jij betoogt betoogde
hij, zij, het betoogt betoogde
wij betogen betoogden
jullie betogen betoogden
zij betogen betoogden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betoge aanvoegende wijs
betogend onvoltooid, deelwoord
betoog gebiedende wijs
betoogd verleden tijd, deelwoord
betoogd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betoogd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betoogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoogd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoogd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoogd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betoogd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betoogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoogd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoogd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoogde verleden tijd
er is betoogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betoogd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betoogd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betoogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betoogd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betoogd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betoogd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betoogd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betoogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betoogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betoogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult betogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult betoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betoogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betoogd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord betoog

Herkomst

In de betekenis van ‘trachten aan te tonen’ voor het eerst aangetroffen in 1236

Woordfamilie van betogen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betoge aanvoegende wijs betogen
betogend onvoltooid deelwoord betogen
betogende woordvorm betogen
betoogd voltooid deelwoord betogen
betoogde verleden tijd betogen
betoogden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betogen
betoogt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betogen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betogen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over betogen

Hoe spreek je betogen uit?
De uitspraak van betogen is: /bəˈtoɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent betogen?
Betogen is een werkwoord. Het woord betekent: een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je betogen?
Je vervoegt betogen als volgt: de tegenwoordige tijd is betoog, de verleden tijd is betoogde en het voltooid deelwoord is betoogd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op betogen?

Op betogen rijmen 49 woorden, onder andere bewogen, vermogen en mogen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op betogen, uitspraak bəˈtoxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bewogen 3
vermogen 3
mogen 2
ogen 2
aanvoelingsvermogen 6
drijfvermogen 4
bogen 2
zogen 2
verhogen 3
pogen 2
verdrogen 3
aanpassingsvermogen 6
opgetogen 4
doorzettingsvermogen 6
onbewogen 4
vertogen 3
hogen 2
reactievermogen 6
verdienvermogen 5
aangevlogen 4
aangezogen 4
bierviltjesvirologen 7
biologen 4
gehoorvermogen 5
gemogen 3
gevlogen 3
gewogen 3
godsvermogen 4
golfellebogen 5
hoefijzerbogen 5
hoorvermogen 4
karakterologen 6
leprologen 4
modelgevlogen 5
nachtgevlogen 4
oenologen 4
overgevlogen 5
overvlogen 4
paardenogen 4
paleologen 5
Nog 9 rijmwoorden
pneumatologen 5
politologen 5
regenbogen 4
synagogen 4
victimologen 5
vlogen 2
weggevlogen 4
wogen 2
zichtvermogen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betogen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betogen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

betogen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

betogen in het kort

betogen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van betogen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort betogen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

betogen: een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren
Deel betogen — standaardnederlands.nl