betoog
zelfstandig naamwoord, werkwoord bə'toxBetekenis
- een verhaal of stuk waarin men een bepaald gezichtspunt met argumenten tracht te onderbouwen
Hoe spreek je betoog uit?
/bəˈtox/
Betoog bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| t | tak |
| o | boot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| betogen | meervoud |
| betoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| betoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betogen
- gebiedende wijs van betogen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betogen
Vervoeging van betoog
betooghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bewijsvoering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1342
Woordfamilie van betoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betoogje | verkleinwoord | betoog |
| betoogjes | verkleinwoord meervoud | betoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betoog zijn vastgelegd.